Geen categorie

Deel 3 Over regen, de Gota Fria en vocht

De bekendste slogan voor de Costa Calida is dat de zon tenminste 300 dagen schijnt. Geen woord aan gelogen. De lucht is bijna elke dag helderblauw, niet van dat sombere bewolkte weer dat we vaak in Nederland hebben. Nu is het gelukkig ook niet zo dat het de resterende dagen alleen maar regent. Nee, een dag regen is echt een zeldzaamheid. Ik denk dat het een dag of 10 regent, soms niet meer dan een miezer. Maar ongeveer één keer per jaar komt de ‘gota fría’, oftewel de ‘koude druppel’. In de nazomer of het vroege najaar botst de nog warme vochtige Middellandse zeelucht vanuit het Oosten op de reeds afkoelende Atlantische oceaanlucht vanuit het Westen (bron: Wikipedia). Dan kan het echt goed misgaan. Dan valt een regenwolk letterlijk in één keer naar beneden. Gevolg kan zijn dat er in 24 uur wel 500 mm regen valt (ter vergelijking: in Nederland valt er gemiddeld 800 mm in een heel jaar). 

In september 2019 was dit weer het geval. Het was meteen de ergste gota fría in 140 jaar. Het lage gebied tussen Alicante, Murcia en Cartagena stond toen compleet blank. Er waren zes doden te betreuren en 3500 mensen werden geëvacueerd. Je kijkt toch gek op als je in Alicante aankomt en op Facebook de foto’s ziet van ondergelopen snelwegen en parkeerplaatsen. Het was zelfs de vraag of we de Country Club wel konden bereiken. Met wat geluk was de snelweg daarnaartoe die middag weer begaanbaar. In Mazarrón zelf bleek het gelukkig mee te zijn gevallen. Meer dan wat extra plassen was er niet te zien. In één keer werd duidelijk waarom overal die droogstaande diepe geulen zijn. Op de Country Club zijn er een aantal en ook op de weg vanaf de snelweg naar de zee bij Bolnuevo zie je er één. Net na de gota fría was dat ineens een kolkende rivier.  

Het gebied is heuvelachtig. Ook op de Country Club zijn er behoorlijke hoogteverschillen. Als de grond droog is neemt deze weinig water op en moet het water dus ergens heen. Bij regen krijg je dus niet alleen het water dat bij jezelf valt, maar komt ook al het water van hoger gelegen grond voorbij. Dus zelfs bij een klein buitje kan dat al snel een flinke stroom worden. Daar moet je dus bij de bouw van een huis rekening mee houden. Denk bijvoorbeeld aan muren als grensafscheiding zodat het huis en de tuin/zwembad niet door een modderstroom blank komen te staan. Ook is het belangrijk dat wat buiten blijft toch weg kan. Zo zitten wij onder aan de berg. Daarom is er op het laagste punt een afvoerbuis van 24 cm onder ons hele plot gelegd om het water dat van boven komt onderlangs weg te laten stromen.  

Optrekkend vocht  

Met zoveel dagen zon zou je verwachten dat vocht geen probleem is in Spanje. Niets is minder waar. Door de bouw met veel pleisterwerk zie je op veel plaatsen de problemen van optrekkend vocht: kalkafzetting en loslatend pleisterwerk. We hebben ook wel enkele horrorverhalen gehoord van huiseigenaren die binnen een jaar na oplevering konden repareren en opnieuw konden stucen. Blijkbaar heeft de bouwer zich dan niet aan de norm gehouden. Het probleem is dat je dat na de bouw nog maar lastig structureel kunt oplossen. Juist hierbij zie je dus het verschil tussen een goede bouwer en diegene die alleen maar optisch mooie huizen bouwt.  

In Spanje bouwt men anders dan in Nederland. Bakstenen kennen ze niet. Alles wordt gebouwd met beton, betonblokken en rode stenen. Dat zie je niet omdat alles wordt afgewerkt met een dikke laag pleisterwerk. Gelukkig maakt onze aannemer standaard de keuze om te gaan voor kwaliteit. Hij gaat zelfs soms nog een stapje verder dan onze architect (en bouwopzichter) wil. We zien dat telkens terug in keuzes en gebruikte materialen. Maar daarover later meer.  

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *